Binnenwanden van cellenbeton
Fabricage
Cellenbeton komt oorspronkelijk uit Zweden en is al in 1880 uitgevonden. In Nederland startte men in 1953 met de fabricage van bouwblokken. Cellenbeton wordt ook wel aangeduid met de naam gasbeton.
Cellenbeton bestaat uit een mengsel van rivierzand (70%), ongebluste kalk (15%), portlandcement (15%) en water waar tijdens het productieproces een cellenvormend middel (aluminiumpoeder) aan wordt toegevoegd. De grondstoffen worden gemengd en in stalen mallen gestort. Bij gewapend cellenbeton zijn de mallen voorzien van wapeningsnetten. Door de chemische reactie van het aluminiumpoeder met de kalk en water rijst het mengsel. In het mengsel zijn nu talloze grote en kleine cellen gevormd. Door het cement stijft het mengsel op.
Vervolgens wordt de stijve massa uit de mallen gehaald en in de gewenste vorm gesneden (stenen, blokken of elementen). Het snijden laat een visgraatstructuur achter op de elementen.
De elementen worden verhard in een autoclaaf (stoomketel) bij een stoomdruk van ca. 10-12 bar bij een temperatuur van 180 graden Celsius gedurende ca. 12 uur. |
|
| In cellenbeton is geen grind (toeslagstoffen met een korrelgrootte > 4 mm) verwerkt waardoor het eigenlijk geen beton genoemd mag worden. De drukvastheid is afhankelijk van het volumegewicht, de toegepaste grondstoffen en de vochtigheid. |
|
Kwaliteit en aanduiding
Cellenbeton wordt aangeduid met het volumegewicht en met de druksterkte. Het materiaal is leverbaar in de volgende kwaliteiten:
- G2/400: Druksterkte > 2 N/mm2 , volumegewicht < 400 kg/m3
- G4/600: Druksterkte > 4 N/mm2 , volumegewicht < 600 kg/m3
- G5/800: Druksterkte > 5 N/mm2 , volumegewicht < 800 kg/m3
Is het cellenbeton geschikt voor buitentoepassing dan wordt de letter B aan de codering toegevoegd. Bijvoorbeeld GB4/600.
Eigenschappen
|
Eenheid |
G2/400 |
G4/600 |
G5/800 |
Volumieke massa |
Drooggewicht |
kg/m3 |
380 |
580 |
720 |
|
Rekengewicht |
kN/m3 |
4,8 |
6,8 |
8,2 |
|
Transportgewicht* |
kN/m3 |
5,8 |
7,8 |
9,2 |
Kubusdruksterkte |
Karakteristiek f’ck |
N/mm2 |
≥2 |
≥4 |
≥5 |
|
Gemiddeld f’ m |
N/mm2 |
2,3 |
4,5 |
5,6 |
Rekenwaarde druksterkte |
Gelijmd f’b |
N/mm2 |
1,33 |
2,67 |
3,33 |
Warmtegeleidingscoëfficiënt λ |
W/mk |
0,12 |
0,16 |
0,22 |
Soortelijke warmte C |
J/kgK |
840 |
840 |
840 |
Diffusieweerstandsgetal µ |
|
4 |
5 |
6 |
Lineaire uitzettingscoëfficiënt α |
m/mK |
8 x 10-6 |
8 x 10-6 |
8 x 10-6 |
Elasticiteitscoëfficiënt E’b |
N/mm2 |
1000 |
2000 |
3000 |
Rekenwaarde (maximale oplegdrukspanning) σ’ d |
N/mm2 |
0,66 |
1,33 |
1,66 |
* Het gemiddeld vochtgehalte van cellenbeton bedraagt bij aflevering maximaal 20 volumeprocenten.
Brandwerendheid
Brandwerendheid blokken (in minuten) |
Dikte in mm |
|
Aansluitings- en dilatatievoegen gevuld met brandwerend PUR-schuim |
70 |
≥ 60 |
≥ 120 |
100 |
≥ 90 |
≥ 180 |
150 |
≥ 120 |
≥ 240 |
200 |
≥ 120 |
≥ 360 |
240 |
≥ 120 |
≥ 360 |
300 |
≥ 120 |
≥ 360 |
Luchtgeluidisolatie
| Type |
Dikte |
Ilu;k (dB) |
G4/600 |
70 |
-24 |
|
100 |
-21 |
G5/800 |
100 |
-19 |
In de tabel is uitgegaan van een dunne, behangklare afwerking.
Scheidingswanden tussen twee verblijfsruimten in een woning moeten een luchtgeluidsisolatie (Ilu;k) van –20 dB hebben.
Niet-dragende woningscheidende wanden
Niet-dragende woningscheidende wanden worden opgebouwd uit twee wanden van 70 millimeter dikte voorzien van een buigslappe voorzetwand. Hiermee kan worden voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit. Hieronder de specifieke voorwaarden:
- De spouw dient tenminste 50 millimeter breed te zijn en wordt gevuld met 45 millimeter minerale wol.
- Geen koppeling van de spouwbladen.
- Aansluitende steenachtige vloeren en wanden moeten voldoende zwaar zijn (minstens 500 kg/m2) of deze constructies moeten gedilateerd worden ter plaatse van de spouw.
- Ook aansluitende houten constructies moet men dilateren.
- Steenachtige separatiewanden met een oppervlaktemassa tussen 30 en 100 kg/m2 dienen flexibel aan de wand te worden bevestigd.
- Omloopgeluid (bijvoorbeeld via deuren van wooneenheden) dient voldoende te worden beperkt.
Soorten en toepassingen
- Blokken voor dragende en niet dragende woningscheidende wanden, binnenspouwbladen, binnenmuren en buitenmuren. Dikte 50, 70, 100, 150, 200, 240 of 300 mm. Leverbaar in de gewichtsklasse G4/600 en G5/800. De blokken worden handmatig vermetseld.
- Cascopanelen voor dragende woningscheidende wanden, binnenspouwbladen en binnenmuren. Zijn op maat gemaakte panelen voor een snelle verwerkingstijd. De panelen zijn voorzien van een transportwapening. Diktes 150, 200, 240, 300 en 350 mm. Leverbaar in de gewichtsklasse G2/400, G4/600 en G5/800.
- Separatiepanelen voor niet dragende woningscheidende wanden en binnenmuren. Zijn verdiepingshoge panelen met een dikte van 70 of 100 mm. Leverbaar in de gewichtsklasse G4/600 en G5/800. De panelen zijn voorzien van een transportwapening.
- Wandplaten voor buiten- en binnentoepassing. Platen vanaf 150 mm dik zijn regendicht. Leverbaar in de gewichtsklasse GB4/600 met diktes van 150, 175, 200, 240 en 300 mm.
- YTONG plus wanden. Zijn cellenbetonpanelen bekleed met geïsoleerd staalpaneel (PUR, PIR, EPS of steenwol).
- Tasta-droogstapelsysteem. De blokken zijn voorzien van een groef. De blokken worden met elkaar verbonden door kunststofstrippen die in de groeven worden geklemd. Zeer snelle verwerkingstijd.
Voordelen
- Goede thermische isolatie door de gesloten cellen in het cellenbeton die gevuld zijn met stilstaande lucht. Buitenmuren van cellenbeton bij een voldoende dikte kunnen zelfs zonder een isolatielaag worden uitgevoerd.
- Cellenbeton heeft vlakke egale structuur. Af te werken met een dunne pleisterlaag van 2 mm (spuitpleister of dunpleister).
- Licht van gewicht.
- Grote elementen leverbaar, snel te verwerken, elementen kunnen gelijmd worden.
- Gemakkelijk te bewerken zoals zagen, boren, frezen, spijkeren.
- Goed warmteaccumulerend vermogen. Dat betekent dat cellenbeton in de zomer langer koel blijft en in de winter juist langer warm. Door de warmteaccumulatie zijn wisselingen in de buitentemperatuur binnenshuis niet zo snel merkbaar. De verwarming hoeft niet zo vaak te reageren, wat een meer constante binnentemperatuur tot gevolg heeft. De soortelijke warmte bedraagt 840 J/(kg.K).
- Cellenbeton wordt niet aangetast door vocht en chemische of biologische stoffen.
- Onbrandbaar, muur van 100 mm heeft een brandwerendheid van 90 minuten.
- Buitenwanden van cellenbeton zijn vorstbestendig.
- Cellenbeton is ook te verkrijgen in vloer- en dakplaten waardoor geen verschillende bouwmaterialen toegepast hoeven te worden.
Nadelen
- Lagere druksterkte dan betonsteen, baksteen en kalkzandsteen.
- Door de celstructuur heeft cellenbeton een capillaire werking. Buitenmuren zijn waterdicht bij een dikte van 150 mm.
- Vocht heeft een negatieve invloed op de druksterkte van het cellenbeton. Cellenbeton kan daarom niet in een blijvende natte omgeving worden toegepast zoals onder het maaiveld.
- Door het lagere gewicht dan bijvoorbeeld kalkzandsteen is cellenbeton minder geluidisolerend. Tussen twee verblijfsgebieden moet minimaal een wanddikte van 100 mm worden toegepast in de kwaliteit G5/800. Voor woningscheidende wanden zijn extra maatregelen nodig zoals het toepassen van een buigslappe voorzetwand.
- Er dient rekening te worden gehouden met 0,3 mm krimp per m wand. Bij wandaansluitingen moet hiermee rekening worden gehouden. Alle elementen bij voorkeur uitvoeren in cellenbeton zoals lateien en dakplaten.
Links
|